Gepromoveerd

Hoewel ik de leeftijd te boven ben dat ik denk dat je ogen dichtdoen betekent dat iets er niet meer is, hanteer ik voor zaken van medische aard wel zo’n soort strategie. Zolang ergens geen diagnose aan is gehecht, bestaat het niet. Of gaat het wel weer over.

Zo begin ik dus ook altijd: zeggen dat het wel weer over gaat. Meestal is dat ook zo. Een enkele keer vinden Echtgenoot en Dochter dat het echt te lang duurt, dat vanzelf overgaan, en dan dwingen ze me zo’n beetje naar de huisarts. Dat hij, toen ik vorig jaar met een suf maar belemmerend pijntje in een van mij linkertenen uiteindeljk ging, zei dat ik een peesontsteking had die vanzelf over zou gaan konden ze dat niet erg waarderen. Ik wel. Hij had gelijk.

Ergens aan het eind van de zomer viel ik – onhandige Poes die voor me schoot – van de trap. Paar dagen beurs, en verder bleef mijn rechterachterpoot moeilijk doen. Ging vanzelf weer over, vond ik, al moest ik toegeven dat het wat sneller zou kunnen. Toen ik op een gegeven moment met mijn Moeder – negentig en met stok – door Groningen liep en moest toegeven dat zij sneller ging dan ik, toen vond ik dat de huisarts maar weer eens moest bevestigen dat het vanzelf over ging.

Hij deed exact wat van hem verwacht werd – onderzocht de achterpoot, voelde geen rare dingen, suggereerde dat een bezoek aan de fysiotherapeut het proces wellicht kon versnellen, maar inderdaad, het zou vanzelf overgaan.  Ik besloot meteen dat deze huisarts de rest van mijn leven de mijne zou zijn, al zou hij naar Vlissingen of Delfzijl verhuizen.

Om mijn goede wil te tonen ben ik inderdaad naar de fysiotherapeut gegaan. Die trok en duwde ook nog eens aan het been, bedacht wat oefeningen, zei dat ik vooral zo veel mogelijk moest blijven lopen en dan zou het vanzelf overgaan. Na een paar weken mocht ik terugkomen, zelfde verhaal, nog even geduld. Als het eind februari nog niet beter was, terug naar de huisarts.

Nou is ‘beter’ een betrekkelijk ingewikkeld begrip, zeker voor mensen die vinden dat alles vanzelf overgaat. Je hebt ‘beter’ als in ‘beter dan gisteren’ en ‘beter’ als in ‘over’. Ik heb een paar weken geprobeerd van dag tot dag te gokken of ik beter liep dan de dag ervoor, en of daar dan een relatie te vinden was met hoeveel ik de vorige dag bewogen had en zo. En na een week of wat dacht ik inderdaad dat het beter ging. Okay, de afstand waar ik thuis opgewekt over vertelde dat ik ‘m zonder al te veel gedoe had kunnen afleggen was niet meer dan een halve kilometer, maar toch, ik kon een stuk lopen zonder al te veel gedoe.

Een sneu moment was wel toen ik naar de schouwburg in Amsterdam ging en eerst de conductrice van de tram mensen wegjoeg van het invalidenbankje – daar moest ik zitten – en daarna een meisje in de schouwburg me wees waar de lift was. Daar ging mijn illusie dat ik weer als een kievit liep. Een trage kievit, misschien, maar wel een trotse. Dacht ik. Het bleek een manke te zijn.

Toen kwam het moment dat ik ook mezelf moest toegeven dat de kans dat tussen nu en eind februari op magische wijze mijn klachten verdwenen waren wel erg gering was geworden. En dat ik heus wel eens een aardige dag had, maar dat van blijvende verbetering toch eigenlijk ook geen sprake was. Ja, zei ik tegen mezelf, ’s ochtends huppelend de trap af, dat was ook wel veel gevraagd, dan was alles nog stijf. En ja, gisteren had ik zo’n halve kilometer gelopen en het was koud bovendien, dat het nu niet ging, dat was zo gek nog niet.

Ik had dat ‘eind februari’ tegen zoveel mensen gezegd, en zoveel mensen zagen me als een manke stadsduif door het leven gaan, dat het kansloos was om niet opnieuw naar de huisarts te gaan. Bovendien begon ik zelf ook nogal genoeg te krijgen van het gestrompel. Dat, volgens mensen die me niet dagelijks maar wel regelmatig zagen, ook steeds erger werd.

Dit keer zei hij niet dat het vanzelf wel over zou gaan – dat had zolangzamerhand wel eens gemoeten, vond hij. Foto’s, dan maar. Misschien was er toch ergens een verstopt breukje in mijn heupgewricht dat tot mijn klachten leidde.

Vandaag belde hij. Geen breukje op de foto. Wel redelijk ernstige slijtage aan één kant – wat ongebruikelijk lijkt te zijn. Een proces dat al een tijdje aan de gang was – ik moet Poes die ik als veroorzaker van mijn mijn had aangewezen mijn excuses aanbieden. Nu ben ik van ‘gaat vanzelf over’ in een klap gepromoveerd naar ‘niet herstelbaar’. En, onhandiger, van ‘zoveel mogelijk bewegen en gewoon lopen’ naar ‘zo min mogelijk belasten’. Het is even wennen.

Volgende week mag ik op bezoek bij een orthopeed, die misschien nog iets verzinnen kan. De andere optie was rust en fysiotherapie, maar die fase ben ik wel voorbij. Dan had de huisarts maar geen diagnose moeten stellen.

 

 

 

 

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: