Joke van Leeuwen, De onervarenen

onervarenenKanshebber twee, alfabetisch gezien, op de Libris Literatuurprijs 2016, is De onervarenen van Joke van Leeuwen, die ergens halverwege de voorvorige eeuw speelt.

Odile, de vertelster, vertrekt met haar moeder en haar man Koben – die elkaar niet kunnen uitstaan – met een groep streekgenoten, ook slachtoffer van een mislukte aardappeloogst, naar een ongenoemd land in Zuid- of Midden-Amerika. Thuis is geen toekomst meer, en de Maatschappij voor Overzeese Voortplanting heeft een paradijselijke situatie voorgespiegeld. Dat valt natuurlijk vies tegen. Er is amper woonruimte voor de groep, de akkers liggen vol met stenen en onkruid en de plantage mag niet verlaten worden voor de overtocht is terugbetaald.

Tja, daar zit je dan, in een land wat je niet kent, waar het klimaat anders is en je geen idee hebt welke planten er kunnen groeien. Koben, een ongeletterde en zwaar gelovige boer, ontpopt zich tot twijfelachtige leidersfiguur. Hij predikt zijn zelfgeknutselde dogmatische geloof, verplicht de groep de eigen taal te blijven spreken en duldt steeds minder tegenspraak. De moeder, die haar emigratie gewoon betaald heeft, woont buiten het ‘dorp’, spreekt wel de taal van het land, heeft contacten met de lokale bevolking.

En Odile zit daar tussenin, zit eigenlijk overal tussenin en hoort daarom ook nergens echt bij. Waar haar moeder in alles haar eigen gang gaat, schikt Odile zich. Ze spreekt zich niet uit tegen Koben, accepteert zelfs dat hij een andere vrouw bezwangert omdat zij alleen een dochter heeft gekregen – Leider Koben heeft een zoon nodig. Ze zoogt de zoon alsof het haar eigen kind is. Ze vertelt het hele verhaal met een soort poëtische berusting, altijd een beetje naast de gebeurtenissen waar ze zelf deel van uitmaakt. Zo schrijft ze: ‘Soms, als ik de boederij in liep, keek ik of ik voor het eerst op bezoek kwam. Zo zag ik de dingen waar ik anders als vanzelfsprekend tussen leefde, de vlekken in de spiegel en op het tafelblad, de verschoten gordijnen voor de bedstee en de witte weggetjes op de blauwe muur. Ik was mijn eigen vreemdeling geworden.’

Het is bijna onmogelijk nu een boek over migranten te lezen zonder te denken aan de mensen die in gammele bootjes de Middellandse Zee oversteken op zoek naar een betere toekomst. Ook zij komen niet in het paradijs terecht, maar in overvolle opvangkampen. Ook zij zullen worstelen met identiteit en traditie en aanpassen – wat moet je vasthouden om jezelf niet kwijt te raken, zoek je steun bij elkaar of bij de bewoners van het land waar je terecht bent gekomen?

Maar het boek gaat niet alleen over migranten en hun problematiek. Het gaat, vind ik, over mensen die dingen doen omdat er op dat moment niets te kiezen valt, die zich daar niet tegen verzetten, niet krampachtig proberen de loop der dingen te veranderen. Hoe ver kun je gaan zonder je eigen vreemdeling te worden?

Een mooi thema. En zoveel mooie zinnen en beelden dat je niet anders kunt dan langzaam lezen en genieten.

 

Advertenties
Geplaatst in Fictie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: