Nee Holman, het vocabulaire is onschuldig 

 Over het algemeen lees ik de columns van Theodor Holman in Het Parool niet. Dat we niet een kijk op de werkelijkheid delen zou reden kunnen zijn dat wel te doen – luisteren naar hoe andersdenkenden denken kan nooit kwaad – maar zijn thematiek is me te beperkt. Soms moet je ook gewoon je erbij neerleggen dat je het niet eens zult worden.

Gisteren (4 maart 2016)  kopte zijn column echter ‘De crisis zit in het vocabulaire’ en ik sla op koppen over taal en taalgebruik meestal wel aan. Nu ook.

Holman vraagt zich af hoe het kan dat Donald Trump zich er niets van aantrekt dat mensen hem uitmaken voor fascist, racist, vuile kapitalist en nog zo het een en ander, dat hem dat zelfs kiezers oplevert, en dat het hem óók kiezers oplevert dat hij zijn tegenstanders vervolgens kinderachtig, vals, lui of idioot noemt.

Mijn analyse zou zijn dat Trump een ongemanierde, zelfingenomen hork is. Holman wijt het eraan dat woorden geen waarde hebben. Context is belangrijk, en bovendien, zegt hij, moeten woorden samenvallen met wat je je er ongeveer bij voorstelt. “Voor de een is socialist een eretitel, voor de ander een scheldwoord. Elk begrip kan zomaar veranderen in het tegendeel van hoe het ooit bedoeld was. Provo, antifacist, neger, kapitalist.

De crisis van deze tijd is een crisis in het vocabulaire. We staan op de toren van Babel en kunnen elkaar niet meer verstaan.”

Ik vind dat een gevaarlijke gedachte, en onwaar bovendien. Natuurlijk verandert de connotatie van woorden in de loop der jaren en natuurlijk zal een socialist het begrip kapitalist eerder als negatief ervaren en gebruiken dan een kapitalist. Maar dat weet je. Als iemand die de ene taalfout na de andere maakt mij uitmaakt voor ‘taalnazi’ dan kan ik begrijpen waarom hij dat zegt. En als ik een beetje opgevoed ben vraag ik me toch even af of ik me misschien iets te kritisch heb opgesteld en bijvoorbeeld het discours doodsla omdat ik meer op die fouten reageer dan, op de inhoud. Dus, hoewel ik wijzen op taalfouten niet als negatief beoordeel en op zich niet onder de indruk raak van de kwalificatie ‘taalnazi’ kan ik met degene die me uitscheldt probleemloos in gesprek blijven. Het vereist wel enige openheid van geest van mijn gesprekspartner en mij, en de bereidheid dat gesprek ook te blijven voeren. Wat is precies wat je me verwijt? Waar zit je pijn?

Blijven praten over wat je beweegt, wat je vindt en waarom lijkt mij de enige manier om uit een crisis te komen. Ik vind het ten opzichte van de woorden domweg oneerlijk om een probleem dat mensen hebben bij de taal neer te leggen.

En gevaarlijk? Ja. Holman eindigt zijn betoog zo:

“Wees gerust een blaffende hond. De kwaliteit van uw gescheld wordt namelijk bepaald door de ander, zoals de klant de kwaliteit van de bakker zijn brood bepaalt.”

Daarmee roept hij mensen op om niet het gesprek aan te gaan maar nog meer onaardigheden over elkaar te roepen.  Hoewel we ongetwijfeld allemaal een ander beeld hebben van hoe een mooiere wereld eruit ziet, als we onze visies niet naast elkaar leggen, aan elkaar toetsen, met elkaar bespreken, gaat het echt nooit wat worden.

Advertenties
Geplaatst in maatschappij, taal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: