Literatuur in de huiskamer


Als je niet beter zou weten, draait de wereld om Grote Getallen. Musicals die publiek willen werven, doen dan niet door je fluisteren dat een handjevol kenners deze prachtproductie gezien heeft en dat het toch heel mooi zou zijn als jij binnenkort ook een van die gelukkigen zou zijn. Al tien weken uitverkochte zalen, prijst de bioscoop de blockbuster aan. En de boekhandel schreeuwt ‘nu al derde druk’, en zoveel exemplaren verkocht. Zelfs eerbiedwaardige musea juichen dat er lange rijen voor de deur stonden, en nu ‘laatste weken, grijp je kans’, zoveel bezoekers gingen je voor.

Dat werkt. Natuurlijk werkt dat. Je hoeft niet eens erg veel last van je zelfbeeld te hebben om te denken dat jij wel een enorme sukkel bent dat je al dat prachtigs aan jou voorbij hebt laten gaan. Dat, of een mateloze arrogantie, omdat je jouw smaak beter acht dan die van al dat volk dat klakkeloos leuk vindt wat een ander leuk vindt.

Ik slinger daar zo’n beetje tussen heen en weer. Ik geloof bepaald niet dat half Nederland een beroerder smaak heeft dan ik, maar ook weer niet dat ik iets moet doen of zien of lezen omdat half Nederland dat leest of ziet of doet. Het is soms ook erg fijn om je ervaring ergens mee of je enthousiasme ergens over te kunnen delen en bespreken met mensen die hetzelfde gelezen, gezien, gedaan hebben.

Wat ik wel knap irritant vind is dat van die enorme, door marketing toegejuichde, groepen mensen er heel veel zijn die wél gaan omdat dat kennelijk hoort.

Die mensen staan dan op een overvolle tentoonstelling met elkaar te converseren over de vraag hoe ze vanavond hun spruitjes gaan opdienen. Dat kan een heel belangwekkend onderwerp zijn, heus, maar niet per se in een zaal vol Rothko’s, waar je, omdat het nu eenmaal zo’n populaire tentoonstelling is, al erg je best moet doen om langer dan vijf tellen naar een schilderij te kijken zonder dat iemand voor je neus gaat staan. Of ze zitten voor je in een theaterzaal, en zijn na tien minuten met elkaar aan het fluisteren, omdat ze dit stuk wel gezien moeten hebben, maar er eigenlijk niets aan vinden. Ook erg: als ze dan, nog voordat het applaus verstomd is, en jij nog half in trance bent, gaan bespreken wat er allemaal niet deugde.

Van dat soort akeligheden heb je bij kleine, onbekende, producties en festivals geen last. Die hebben dan weer andere problemen: je moet ze maar toevallig tegen ’t lijf lopen, en ze worden continu in hun bestaan bedreigd, juist omdat ze maar zo weinig mensen trekken.

Afijn, dit was een ingewikkelde inleiding om te vertellen dat vanmiddag in ‘mijn’ Almeerse Filmwijk het kleinschalige literaire festival Schrijversblock werd gehouden. Wie per ongeluk tijdens een wisselkwartiertje hier in de wijk was, zag misschien kleine clubjes mensen tegen de storm in worstelen met een plattegrond met festivallocaties. Dat waren wij: leden van een tijdelijk verbond van literatuurliefhebbers.

Het concept is eenvoudig: in een vijftiental gewone huizen schuiven schrijvers aan de keukentafel aan, en jij kunt drie keer meeluisteren en/of meepraten. Dat  hangt, is mijn ervaring, een tikkeltje af van de schrijver-in-kwestie. Ze worden kennelijk niet heel strak geïnstrueerd.

Ik vind dat een erg aardig aspect – zo doet iedereen waar hij of zij het best in is. Vanmiddag was ik bij Redmond O’Hanlon, dit jaar door de gemeente uitgenodigd om een roman over Almere te schrijven, bij Arthur Japin en bij Nelleke Noordervliet. Nelleke Noordervliet liet zich door het gezelschap bevragen over haar literaire praktijk en vertelde hoe ze zich ergerde aan de manier waarop schrijfsters impliciet nog altijd als min of meer aparte categorie werden gezien, geschikt voor verhalen over emoties en relaties. Als ik zeg dat Arthur Japin voorlas uit eigen werk doe ik hem zeer tekort. Hij hield een voordracht, waarbij de personages uit zijn nieuwste roman, De gevleugelde, werkelijk tot leven kwamen. En Redmond O’Hanlon vertelde. Over hoe hij als kind in de natuur geïnteresseerd was geraakt. Over Almere – de eerste maanden van zijn verblijf hier bewoonde hij een oude duikschool, aan de oever van het Weerwater, waar je midden in de stad zit maar geen ander huis kunt zien. Over zijn reizen. Hij is een begenadigd verteller, natuurlijk, en het maakte niet zoveel uit wat hij vertelde. Je wilde het allemaal horen en weten.

Het enige nadeel van dit soort middagen is dat ik met mijn neus gedrukt word op het feit dat er meer geschreven wordt dan ik lezen kan. Maar dat heb ik er graag voor over.

Advertenties
Geplaatst in Fictie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: