Spitsreizigers

Regelmatig in de spits in het openbaar vervoer reizen is, laat ik me voorzichtig uitdrukken, geen boost voor je vertrouwen in de goedheid van de mens.

Het is niet eens zo dat de meeste passagiers horken zijn die over jouw tenen heen de laatste zitplaats innemen. Het is meer een algemeen gebrek aan enig afstand nemen van je eigen behoeften en kijken of het allemaal samen niet net iets beter geregeld kan worden. Ik snap ook prima dat je aan die afstand niet denkt, ’s ochtends vroeg, als je amper wakker bent, of aan het eind van de middag als je al meer dan genoeg rekening gehouden hebt met collega’s en klanten. Nu doe je je oortjes in of je koptelefoon op en is de wereld weer even voor jou.

Het gaat om begrijpelijke kleinigheden. Allemaal via dezelfde deur de trein in willen stappen – zodat je op je station van bestemming het dichtst bij de uitgang bent, wat in kuddeverband over het perron sjokken voorkomt. Dicht bij de deuren blijven staan als het erg druk is – want zie anders maar eens door de mensenmenigte te worstelen als je bent waar je wezen moet. Niveau ‘waar maak je je druk om’, eigenlijk.

Ik ben een spitsreiziger en ik maak me ongetwijfeld aan al dit soort dingen ook schuldig. Maar er zijn dagen dat mijn verbazing over het algemene gedrag omslaat in onbegrip.

Als iedereen die van een perron afkomt op zoek gaat naar een leeg OV-chippoortje, waardoor degenen die het perron opwillen niet kunnen inchecken. Voor mij werkt het meestal zo: in geval van inchecken wil ik de trein halen die op dat moment het station binnenrolt. Als ik uitcheck slenter ik naar mijn fiets die me dan naar werk of huis brengt. Ik geloof meteen dat tussen de uitcheckende reizigers ook mensen zijn met haast omdat ze een aansluitende bus moeten halen of hun kind van de naschoolse opvang moeten plukken, maar statistisch gezien moeten er ook individuen zijn voor wie een paar seconden oponthoud alleen betekent dat ze een paar seconden later aan de aardappels zitten. Terwijl die paar seconden de andere kant op kunnen betekenen dat je de trein wel of niet haalt.

Als in een overvolle trein mensen op de klapstoeltjes blijven zitten. Ik meen me te herinneren dat er vroeger bordjes op de treinbalkons hingen, met het verzoek niet te gaan zitten als het druk was. Vanmorgen zat ik twee haltes op zo’n ding, toen werd het echt heel vol en stond ik op, waarna een meisje me vroeg of zij daar kon gaan zitten als ik toch wilde staan. Nou nee. Ik was gaan staan omdat een zittende passagier meer ruimte inneemt dan een staande. Ze keek me even verbaasd aan, toen leek ze het te begrijpen, en in elk geval drong ze niet aan. Maar mijn buren bleven gewoon zitten.

Het is geen onwil of teken van slecht karakter, dat weet ik ook wel, het is een kwestie van onnadenkendheid. En toch zijn er dagen dat ik me afvraag of het ooit goedkomt met de mensheid als iedereen zo met zichzelf bezig is dat de logische verlangens van een ander domweg niet meer gezien worden.

Ik was vanavond weer aardig op weg om de mensheid regelrecht het putje in te zien verdwijnen. Kleinigheden. Een onafzienbare rij auto’s waarbij maar één automobilist even een voet van het gaspedaal hoeft te halen om wachtende fietsers wel over te laten steken. Een tweerichting-oversteek waar de fietsers aan de overkant de hele breedte van het fietspad innemen. Dat soort gekruimel, meer niet.

Ik was redelijk op tijd op het station en zocht in de fietsenstalling een plaatsje voor mijn fiets. Het is daar aan de smalle kant. Als je een fiets uit het rek haalt of er in zet kan er niemand langs. Ik stond een tijdje te wachten – geen haast – op een mooi moment om mijn dagelijkse oefening met fiets te doen. Na een tijdje gebaarde iemand dat ik nu wel aan de beurt was, dus ik trok een rek naar beneden, zette mijn fiets erin en duwde het weer omhoog. Met een stuk of drie wachtenden was het ook de bedoeling dat het snel ging. Alleen was de buurfiets in het rek er eentje met een breed stuur en versnellingen en mijn vloeiende beweging haperde. Dus fiets weer omlaag, met mijn ene hand de buurfiets aan de kant houden en met mijn andere het rek omhoog zien te worstelen. Dat lukte dus niet. Niet een beetje niet, gewoon helemaal niet, en achter mij stonden dus die wachtenden die door mijn gestuntel geblokkeerd werden.

De mevrouw die vond dat ik wel aan de beurt was zette haar fiets op de standaard en hield de brede buurfiets in bedwang. En nog voor ik achteruit was gestapt om vanuit een betere hoek mijn rek omhoog te duwen had een andere wachtende dat al gedaan. Niet dat achteruit stappen, uiteraard.

Nee, nu niet glas-half-legerig tegenwerpen dat ze er allebei baat bij hadden als ik opgekrast was. Dat was natuurlijk wel zo, maar ik ben ervan overtuigd dat ze hielpen omdat ze konden helpen. Ik vervolgde mijn reis met een grote glimlach. En met een hersteld geloof in de mensheid. Ik kan er weer even tegenaan.

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: