Tien jaar geleden

Tien jaar minus een dag geleden zat ik te neuzen in de boekenkast van Oudste Broer – afdeling gedichten. Dat klinkt huiselijker en gezelliger dan het toen was.

In kringen waar het maken van lijstjes populair is, schijnt iets te bestaan als een ‘bucket list’. Voor de minder lijstminnenden, zoals ik: dat is een overzicht van alles wat je nog wilt doen voor je sterft. Het zou een richting moeten geven aan je leven, geloof ik. Doelen stellen en zo, waar ik ook niet zo erg van ben. Ik ben meer van de school: zie maar wat er gebeurt. In het toch al onwaarschijnlijke geval dat iemand me een reis aanbiedt naar de Zuidpool dan wel de regenwouden van Maleisië, dan wil ik niet eerst in mijn wensenlijst hoeven te kijken of die bestemmingen daar wel op voorkomen – zoiets.

Bovendien denk ik, als je echt iets wilt, doe het dan gewoon. En als dat niet kan, wil dan gewoon iets anders. Ja, ik weet dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan, maar het gaat even om het idee. Blijven dromen van dingen die niet gaan, dat is niet erg, maar ze als doel stellen en dat doel dan niet bereiken, dat betekent een soort inbouwen van de mislukking waar ik niet zo’n zin in heb. Ik heb dus geen ‘bucket list’, ook al snap ik het idee dat het een enorme voldoening kan geven als je iets af kunt vinken, dat het je zelfvertrouwen kan geven misschien.

Voor de lijstjesdenkers is er vast ook een soort omgekeerde bucket list, met de dingen erop die je juist helemaal niet mee wilt maken. Het algemene onheil zoals brand, ongelukken, tienerzwangerschappen, huisuitzettingen en andere varianten, waar je min of meer de illusie van kunt hebben dat je ze kunt voorkomen door een beetje op te letten. Maar helaas komen op die lijst ook dingen voor waar je helemaal geen invloed op hebt. Ziekte, bijvoorbeeld. Of ziekte van naasten. Of hun overlijden.

Voor de dag dat ik in de boekenkast van Oudste Broer aan het zoeken was, had ik al een onaangenaam aantal items op die lijst, zo ik ‘m gehad had, af kunnen strepen. Zijn ziekte. Zijn sterven. Meegaan met Schoonzus om een graf voor hem uit te zoeken. Adressen op rouwenveloppen schrijven. Bijvoorbeeld. Het waren geen lichte dagen.

Toen 2 1/2 jaar eerder Tante overleed, zei ik tegen Oudste Broer dat hij namens de familie moest spreken, want ik zou gaan huilen. Toen een half jaar eerder Vader stierf, zei ik tegen Oudste Broer, van wiens ziekte ik niet wist, dat hij namens de familie moest spreken, want ik zou gaan huilen. En nu ik dat niet meer kon zeggen – ja, tegen Jongste Broer, die deze akelige taak dan ook op zich nam – vond ik dat ik moeilijk kon weigeren toen het gezelschap dat in de woonkamer van Oudste Broer zat voorstelde om aan het eind van de begrafenis een gedicht voor te lezen. En, werd voorzichtig geopperd, eigenlijk zou iemand van de familie dat moeten doen. Ik misschien?

We vonden dit gedicht.

Tuin Dordrechts museum

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo’n late voorjaarsdag
En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Maar aan de andre kant zal ik
-je weet maar nooit-
veel langer leven dan die vogel
En als ik dan toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo’n late voorjaarsdag.

En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

J. Eijkelboom,
uit: Wat blijft komt nooit terug.
De Arbeiderspers, Amsterdam 1979

En, nadat me verzekerd was dat als ik het niet kon, iemand het van me over zou nemen, heb ik ook dit van de negatieve bucketlijst geschrapt: voorlezen aan het graf van een naaste.

Heel beleefd klonk een merel toen ik het gedicht had voorgelezen en mocht huilen. Die merel had ongetwijfeld al die tijd al gezongen, maar dat moet je tegen rouwenden niet zeggen. Die hechten eraan dat de zon door donkere wolken komt als een kist daalt, een eekhoorn in de boom komt zitten als iedereen afscheidneemt, of een merel begint te zingen als het laatste woord gezegd is.

Volgens Nietzsche maakt alles wat je niet doodt, je sterker. Hij heeft ongelijk. Ik had nooit gedacht dat ik dit zou kunnen en ik kon het wel. Maar ik ben er eerder kwetsbaarder van geworden dan sterker. Want wat heeft het voor zin om te weten dat je meer kunt dan je denkt, waar je dat alleen maar weet omdat het leven grilliger en onbarmhartiger is dan je ooit kunt begrijpen?

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin
2 comments on “Tien jaar geleden
  1. Elsbeth schreef:

    Je intense verdriet mooi beschreven. Het gedicht en de fluitende merel herinner ik mij nog.

  2. Hanneke schreef:

    we kennen elkaar alleen van gezicht. uit het akn-gebouw. en nu kom ik dankzij een tip van weer een andere collega jouw stukjes tegen op je blog. wat een verrassing! echt heel leuk om te lezen, inspirerend ook. ik ga proberen je te volgen! hanneke van kruispunt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: