Provinciaalse in de grote stad

In Amsterdam heb ik lang genoeg gewoond om te kunnen doen of ik er thuishoor, hoewel ik daar natuurlijk ook al gruwelijk door de mand val zodra ik iets anders wil doen dan mijn vaste rondje aan activiteiten. Maar Rotterdam, waar ik gisteren was, dat is andere koek.

Ook daar kan ik best van het Centraal Station naar Boijmans en de Kunsthal, en een ommetje naar boekhandel Donner gaat probleemloos. Zelfs ben ik in staat om zonder drama’s de jaarlijkse locatietentoonstelling van Boijmans in de Onderzeebootloods te bereiken. Tram, boot, stukje lopen, alsof ik het dagelijks doe.

Gisteren moest ik uiteindelijk ook in de Onderzeebootloods zijn, maar mijn startpunt was elders. Ik had namelijk voor ik kaartjes kocht wel uitgezocht of ik na de voorstelling in die loods nog terug naar huis kon, maar daar duidelijk iets mis gedaan. Er was namelijk geen sprake van – niet een kwestie van net wel of net niet, de laatste trein ging grofweg op het moment dat de voorstelling afgelopen was en ik dus nog minstens een half uur van het station verwijderd zou zijn. En wachten tot de eerste trein gaat had ik misschien twintig jaar geleden nog een optie gevonden, nu niet.

Hotel dus. Theoretisch had ik een hotel kunnen zoeken bij de Onderzeebootloods in de buurt, of bij de steiger waarvandaan de boot naar de loods vertrok, maar zo bijdehand ben ik altijd pas na afloop. Mijn hotel lag vlak bij Station Blaak. In fase een was dat qua locatie fantastisch: de trein vanuit Almere stopt daar (ik probeer de vraag: waarom??? niet teveel te stellen), ik liep het station uit en stond bij de deur van het hotel (waarover later, denk ik).

Vanuit het hotel was er dan weer niet een efficiënte verbinding met de steiger, maar een half uur lopen omstreeks half zeven, in prachtig weer, dat leek ook niet echt een opgave voor de heenweg, en de kwestie terugweg verdrong ik nog maar even.

Alleen ben ik nogal een sukkel met routebeschrijvingen en begrijpt de wegwijzer in mijn telefoon het concept ‘wandelen’ niet volledig. Maar ik wil ook weer niet uitstralen dat ik geen flauw idee heb waar ik eigenlijk ben en waarheen ik naar toe ga. Al kom ik uit de provincie, niemand hoeft dat te weten. Hoe doe je dat, laten zien dat je precies weet wat je doet als je bij elke plaats waar je eventueel van richting zou kunnen veranderen, van je telefoon naar de straatnaambordjes en weer terug kijkt? Redelijk kansloos.

Overigens is het ook weer riskant om al te namaak-zelfverzekerd niet op kaarten te kijken. Niet alleen kom ik dan niet per se waar ik wezen wil, ook bestaat de kans dat een nog provincialer provinciaal, dan wel een provinciaal met minder snobberige gevoelens over grootstedelijkheid, me aanspreekt om de weg te vragen. En als ik mijn eigen weg al niet weet, hoe dan die van een ander?

Afijn, met een rare omweg heb ik de steiger gevonden. Toen zocht ik een eetgelegenheid, liefst in de vorm van een broodjeszaak of zo, opdat ik een broodje dan wel een zakje frites aan de oever van de Maas kon oppeuzelen. Zit je opeens in een trendy gebied, met trendy restaurants, niet direct de snel-even-iets-te-eten-halen variant die ik zocht. Twee rondjes heb ik gelopen, met toenemende ergernis, tot ik een algemeen Aziatisch restaurantje vond waar ze me binnen afzienbare tijd wel dahl met rijst en samosa’s konden leveren – ook niet heel erg sneu, maar niet aan de oever van de Maas.

Daarna ging het een tijdje goed. Boot, voorstelling, boot. Tram. Metro. (De tramhalte vond ik moeiteloos door achter mensen die wel wisten waar ze heen gingen aan te lopen – een strategie die me ook midden in de nacht wel eens in een verder doodlopend straatje bij de ingang van een parkeergarage heeft gebracht, maar gisteren nam ik kennelijk terecht aan dat automobilisten wel in de buurt van de Onderzeebootloods geparkeerd zouden hebben, en niet aan de voet van de Erasmusbrug.)

Het laatste stuk kon, dacht ik, niet mis gaan. De metro stopte bij treinstation Blaak, en dat was drie stappen van de ingang van het hotel. Klopt. Als je de goede kant op loopt, tenminste. Ga je de andere kant op, dan kom je bij een bouwput, die wel een treffende gelijkenis vertoont met de bouwput aan de kant van het hotel, maar toch werkelijk een andere is. Het is merkwaardig om om middernacht te denken dat je ergens bent, te weten dat je ergens bent, eigenlijk, en toch geen idee te hebben waar je bent. Na een tijdje vruchteloos heen en weer lopen (geen sprake meer van grootsteeds, steeds wanhopiger provinciaal) ben ik het ondergrondse station maar ingelopen, op zoek naar het perron waar ik eerder die dag aangekomen was, om vandaaruit het hotel te vinden.

Hoe onlogisch en onnodig die route was zag ik vanmorgen. Ik zou bijna overwegen om nog eens in dit hotel te overnachten om wel in een keer van het metrostation naar de voordeur te lopen. Alleen die bouwput… Met een beetje pech is alles dan weer volkomen anders.

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: