Koffietijd

Kennelijk heb ik me ooit opgegeven voor een onderzoek naar koffie. Ik kreeg in elk geval vorige week een bevestiging van een uitnodiging – of ik vanavond naar adres zo-en-zo wilde komen voor een proeverij.

Natuurlijk heb ik die uitnodiging maar met een half uur bekeken, ik had nog net gezien dat het een adres in Almere-Stad was, dus in elk geval op fietsafstand. En het was om acht uur, wat een overzichtelijk tijdstip was. Dacht ik.

Gek genoeg gingen er nog geen alarmbellen af toen ik vandaag eens beter naar die uitnodiging keek en het adres zag. Okay, op een nabijgelegen bedrijventerrein. Prima. Kwartiertje fietsen. Beetje marge, klaar.

Helemaal niet klaar, en dat had ik kunnen weten. Het betreffende bedrijventerrein heeft in zijn geheel één straatnaam en verder alleen maar nummers. Daar zit waarschijnlijk een soort logica in, dat neem ik meteen aan. Maar die logica is dan vanuit de automobilist gedacht, en aangezien in Almere de fiets- en autoroutes geheel gescheiden zijn, schiet ik daar niets mee op.

Ik heb een kleine twintig minuten redelijk vruchteloos en steeds wanhopiger heen en weer gereden tussen genummerde wijken, zo nu en dan met ‘mijn’ wijk in zicht, maar dan van mij gescheiden door brede sloten dan wel vierbaans autowegen. Of allebei. En mijn telefoon-wegwijs-app hielp me ook geen stap verder…

Net toen ik het op wilde geven – dan maar geen bijdrage aan de ontwikkeling van de kantoorkoffiecultuur – zat ik opeens in de goede wijk en kwamen de nummers van de bedrijven een tikkeltje in de buurt van ‘mijn’ nummer: vier, drie, twee… Een vond ik uiteindelijk aan de overkant van een grasveld, ik heb niet eens meer geprobeerd om de echte weg erheen te vinden.

Klaar voor de koffietest. Een jongeman begon een papiertje met instructies voor te lezen. Kijk, dan denk ik, leer het uit je hoofd, of laat het me gewoon zelf lezen. Nu werd ik nogal afgeleid door de notie dat dit een ander soort onderzoek was dan ik gewend was (ik ben niets gewend) want dat er gebruik werd gemaakt van een ‘tablet’. Tja.

Ik kreeg een bonnetje waar drie nummers op stonden, die correspondeerden met in een soort doolhof met wegwijzers opgestelde kantoorkoffie-apparaten. Met een mini-tablet zonder ruwe hoes stond ik dus een koffie-apparaat te beoordelen. Of ik het mooi vond. Kijk, staat zo’n ding bij mij thuis prominent in de woonkamer, dan vind ik uiterlijk een nogal relevant aspect van een machine. Maar als het in de koffiehoek van een kantoor staat, gezellig naast de printer die het ook niet van z’n grote elegantie moet hebben en het ‘recyclingstation’, voorheen bekend als prullenbak, dan kan het me nou niet extreem veel schelen.

De smaak van de koffie leek me belangrijker, maar ik moest eerst een hele serie vragen doorworstelen over kleur, materiaal, ontwerp, ontwerp van het roostertje waar je het kopje op moest zetten, en vervolgens het belang dat ik aan die aspecten hechtte. Ik heb een beetje decoratief wat antwoorden verspreid en mocht toen eindelijk aan de koffie.

Dilemma: ik moest kiezen tussen ‘koffie’ en ‘koffie (bonen)’. Terwijl ik me af stond te vragen waar koffie van gemaakt werd als er geen bonen aan te pas kwamen, herinnerde ik me uit de instructie dat we tussen espresso, koffie en cappuccino mochten kiezen. Koffie, dus.

Foute keuze, daar kwam een soort onaantrekkelijke thee uit, en ik vermoedde dat het toch de bedoeling was dat ook het product van dit apparaat eerlijk werd beoordeeld. Enig speurwerk leerde dat op de machine een papiertje lag met de mogelijke keuzes – helaas zo hoog dat ik ervoor op mijn tenen moest staan. Plof. Terwijl ik me op de keuzemogelijkheden concentreerde liet ik het tablet vallen. Het maakt wel herrie, als het glas van zo’n ding breekt, maar aangezien alle stukjes aan elkaar bleven zitten maakte de instruerende jongeman zich geen zorgen. Iets is pas stuk als het niet meer werkt – een interessante opvatting, die ik ga onthouden omdat ik vermoed dat ik er nog wel eens gebruik van kan maken.

En jawel hoor, toen mocht ik koffie drinken. Ik weet inmiddels zeker dat ik niet geschikt ben voor dit soort onderzoeken. Want wat moet ik met de vraag of ik de slok wil vergelijken met de koffie die ik normaal op mijn werk drink? Daar zijn drie variëteiten – er is de gewone automatenkoffie, die niet tot groot enthousiasme leidt, maar eigenlijk altijd in de buurt is. We hebben een Nespresso-apparaat en van huis geïmporteerde cupjes. Ik ben er zelf te lui voor; als een collega een rondje koffie doet dan zet ik graag mijn cupje en mijn koffiekopje op zijn dienblad. En we hebben een geavanceerd espresso-apparaat, waar je over het algemeen voor in de rij staat. Ik drink alles. Met wat moet ik het vergelijken?

Hopelijk hebben heel veel mensen aan dit onderzoek meegedaan. En hopelijk hebben zij wel iets zinnigs ingevuld, waardoor mijn wartaal in de menigte verdwijnt. Anders, als er binnenkort op kantoren werkelijk beroerde koffie uit de automaat komt, dan zou dat zomaar mijn schuld kunnen zijn.

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: