Relatieve tijd (of: pof!)

Over het algemeen ben ik op de eerste dag dat het glad is wegens sneeuw of ijzel behoorlijk voorzichtig, waarna ik op dag twee onderuit ga. Met fiets, dan. Lopend gaat het meestal wel goed.

Ik heb ook een favoriete onderuit-gaan-lokatie: ik moet ergens linksaf een bruggetje over, en daar ga ik dus de tweede dag linksaf terwijl mijn fiets zo’n beetje half rechtdoor gaat.

Het ging dit jaar wonderbaarlijk goed, hoewel ook dit jaar het strooibeleid van de gemeente me weer verraste. Dat voor mijn deur – doodlopend straatje – niet wordt gestrooid kan ik volgen, maar waarom het stukje weg bij het station, dat ook op sneeuwloze dagen al een onoverzichtelijk gekrioel van taxi’s, gewone auto’s en fietsers van en naar de stalling is, niet sneeuwvrij wordt gemaakt ontgaat me volledig.

Dat was overigens het enige stukje Almere dat ik niet vermijden of omzeilen kon, dus het was allemaal goed te overzien.

Vanmiddag kwam ik terug van het boodschappen doen, ik draaide uit de stalling, en, plof, daar lag ik op de grond.

Het gekke is dat verteltijd en vertelde tijd ongeveer samenvallen, maar dat terwijl ik geen tijd had om mijn been uit te steken en zo de val te voorkomen, ik wél honderd gedachten achter elkaar had, waaronder een aantal nogal merkwaardige.

Ik maakte me zorgen over de boodschappen, met name over kiwi’s en mandarijnen, en ik nam me haast opstandig voor níet naar de winkel terug te gaan als ze onverhoopt geplet waren.

En ik was bang voor hoongelach van de rondhangende hangjeugd. En ik bedacht, nog voordat ik ‘pof’ hoorde, dat als ik met mijn hoofd op de stenen viel en ik een buil zou opdoen, het dus maar goed was dat ik niet naar de kapper was geweest, zodat ik mijn veel te lange haren ervoor kon hangen.

En dat áls ik iets brak en naar het ziekenhuis moest ik op de een of andere manier moest zorgen dat mijn vriendin aan het theaterkaartje voor vanavond kwam – dat zat in mijn tas.

En naar welk rijwielherstellingsoord ik mijn fiets het beste kon brengen als díe kwetsuren had opgedaan.

Toen hoorde ik dus ‘pof’ en lag ik op de grond. Zonder hoongelach stonden de rondhangende hangjongeren naast me, geduldig wachtend tot ik ontdekt had dat alles nog bewoog. Zorgzaam hielpen ze mij en mijn fiets overeind en ze vroegen of ze niet even zouden helpen de fiets het hellinkje op te duwen.

Thuis heb ik mezelf, de fiets en de boodschappen aan een onderzoek onderworpen. Zelfs de kiwi’s zijn heel gebleven. Ik heb een ouderwetse buil op m’n voorhoofd – fijn verstopt achter te lange haren. Verder verwacht ik dat mijn heup morgen licht verkleurd zal zijn en dank ik mijn beschermengelen. (En als ik vanavond opnieuw op de fiets stap, neem ik extra de tijd en doe ik extra voorzichtig. Dat wel.)

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: