Bezorgde moeders

Vanmorgen stond in de bijlage van de Volkskrant een verhaal over moeders van kinderen in de brugklas. Die periode is, las ik, voor moeders nóg ingrijpender dan voor de brugklasser zelf. Er is een heleboel door mij onvermoed leed in Nederland.

Dat het voor kinderen ingewikkeld is, dat herinner ik me van mezelf en van de eerste schoolweken van Dochter op de nieuwe school. Maar dat ik daar als moeder zó onder geleden heb dat ik het een artikel in een bijlage van de krant waardig vond, dát herinner ik me dan weer niet.

En als ik eerlijk ben vind ik het verbijsterend. Om een aantal redenen, zelfs. Dat kinderen groter worden en zelfstandiger betekent ook dat je niet meer elk onheil voor ze kunt voorkomen. Er komt een moment dat je niet meer tussen je snoesje en de wereld in kunt staan. Aangezien ik een ontaarde moeder ben, kwam voor mij dat moment al vrij snel. Dat betekent niet dat je niet meer helpt om dingen op te lossen, natuurlijk. En ook niet dat het je niet aan je hart gaat als je ziet dat je kind het moeilijk heeft. Zó ontaard ben ik nou ook weer niet. Dat is dus reden één: ik vind het vreemd dat je zo ontdaan raakt van een vanzelfsprekend proces.

Wat me nog meer verbaast is hoe de geportretteerde moeders, die werken en zichzelf ongetwijfeld modern en zelfstandig vinden, hun identiteit zo samen laten vloeien met die van hun kind – of erger nog, met een beeld dat zij van hun kind hebben. Waar ze toen kindlief nog op de basisschool zat alle sloten dempten om te zorgen dat het er niet in kon lopen, nu denken ze dat het in zeven sloten tegelijk kan lopen en vallen ze er zelf maar vast in. Da’s geen empathie, da’s obsessie.

Natuurlijk loop je als ouder altijd een paar stapjes achter op wat je kind kan en doet. Ik stond ook niet te juichen toen Dochter alleen naar de andere kant van Almere fietste. Niet toen ze met vrienden op vakantie wilde. Niet toen ze geen oppas meer wilde. Niet toen ze feestjes wilde geven waarbij wij niet thuis mochten zijn.

Mij hielp het – en helpt het – om terug te gaan naar toen ik zelf opgroeide. O ja, ik ging ook met een vriendin op reis toen ik zestien was, en dat was in het pre-mobiele tijdperk. O ja, ik ging op kamers wonen toen ik achttien was, twee-en-een-half uur treinreizen van het ouderlijk huis. O ja, ik bleef ook alleen thuis toen ik een jaar of tien was.

En wat zou ik het vervelend gevonden hebben als overal mijn moeder als een soort schaduw met me mee was gereisd en had gevoeld wat ik voelde – of wat ik volgens haar had moeten voelen.

Het irritante van zo’n artikel is dat ik me even, héél even, afvraag of er met mij iets mis is, dat ik niet zó opgegaan ben in Dochter dat mijn gevoelens volledig aan die van haar gekoppeld waren. Toch, nee, dat geloof ik niet. Ik ben dan wel een ontaarde moeder, geen extreem slechte. Beter kan altijd. Maar ik betwijfel of het beter voor een kind is als je er zó dicht bovenop zit.

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin, maatschappij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: