Samen is beter

Al geruime tijd verbaas ik me over de manier waarop in sociale media wordt gesproken over mensen met een migratie-achtergrond en/of een religie waar Nederland niet van oudsher mee vertrouwd is en nu een element in het straatbeeld vormt. Het lijkt soms of Marokkanen, moslims of asielzoekers de bron van alle kwaad in Nederland zijn. Ik heb het altijd al vreemd gevonden om een groep aan te spreken op het gedrag van een enkeling en ik heb geleerd om te kijken naar wat goed gaat, niet wat fout gaat.

Ja, natuurlijk zitten er order degenen die asiel aanvragen ook personen die daar geen aanspraak op kunnen maken volgens de geldende wetgeving, en ongetwijfeld zijn er van die groep ook weer personen die desalniettemin asiel krijgen. Ja, ik weet dat Marokkaanse jongens oververtegenwoordigd zijn in criminaliteitsstatistieken. En nee, ik vond de Turkse Nederlanders die in Rotterdam de ‘overwinning’ op Pegida vierden ook niet echt lekker samenbindend bezig, maar om daar nou alle moslims, dus ook het meisje met Marokkaanse roots en al dan niet met hijab dat in Groningen een HBO-opleiding volgt op aan te spreken lijkt me onzinnig.

Dat gevoel dat het oneerlijk is om iedereen scheef aan te kijken omdat anderen uit een betrekkelijk willekeurige groep zich misdragen groeide nog eens toen ik ging werken bij een bedrijf waar een groot deel van de medewerkers statushouder is, veelal uit Syrië, deels moslim. Dit zijn geen parasieten, zoals ik statushouders hoor noemen, dit zijn gewoon werknemers die hun best doen mee te draaien in de Nederlandse samenleving. Qua taal gaat het de een makkelijker af dan de ander, maar is dat raar?

Het door zekere politici en hun volgers gecreëerde beeld van mensen die hun levensovertuiging willen opdringen klopt domweg niet met wat ik in de dagelijkse praktijk meemaak. Niemand vraagt mij of andere vrouwen ons te bedekken, ik word niet als minderwaardig wezen behandeld, midden in de ramadan wordt mij ‘smakelijk eten’ gewenst als ik een broodje naar binnen werk en we drinken rustig koffie tijdens een overleg waar ook de ramadanners bij aanwezig zijn.

En ja, natuurlijk zijn er cultuurverschillen, maar die zijn er ook als een van oorsprong katholiek en een van oorsprong hervormd bedrijf samengaan, heb ik gemerkt. Kwestie van over praten en je er niet al te druk over maken. Wat, geef ik toe, ook niet per se meevalt als onze ‘eerst alles doordenken en plannen’-cultuur botst met ‘we hebben het nu nodig dus we gaan het nu maken’ van onze collega’s. En al helemaal niet als wanneer dat ‘nu’ niet mogelijk is, het ook rustig drie dagen later kan.

Gisteren was ik bij een concert van het Metropole Orkest samen met een aantal Syrische muzikanten. In het publiek een bovengemiddeld aantal – zo op het oog – Syriërs. Volgens het programma zou het concert om acht uur beginnen en tot tien uur duren. Het begon – ik verbaasde me er niet over – zeker een kwartier later en duurde tot ruim elf uur, wat me ook niet verraste. Overigens kwam een deel van het Syrische publiek ook na kwart over acht binnenschuiven. Ook daar verbaas ik me niet meer over, zeker niet sinds ik bij een feestje van mijn werk het Nederlandse kwartiertje-te-laat had aangehouden en zeker een uur met één andere, ook Nederlandse, collega in de feestzaal zat. Arabische tijd, lachte mijn baas me later uit.

De muziek ondertussen, een samensmelting van een westers orkest met arabische klanken, was wondermooi. Bij de wereldpremière van een nieuw (duh…) stuk van Calliope Tsoupaki, een Grieks-Nederlandse componiste, met een geweldig duet van trompet en klarinet, ontdekte ik zelfs enkele tranen in mijn ooghoeken, wat me bij muziek niet vaak overkomt.

Beter bewijs dat uiteenlopende culturen best samen kunnen vloeien dan zo’n concert is er niet. Wonderlijk, wonderlijk, het geheel is meer dan de som der delen afzonderlijk, dichtte de dichter (ik meen Nijhoff) al. Ik ben ervan overtuigd dat het gewoon een kwestie is van openheid en wil. En het hebben van een gezamenlijk belang, dat helpt ook. Maar hebben we dat niet uiteindelijk allemaal – in de vorm van prettig samenleven?

Advertenties
Geplaatst in maatschappij

Zinloos breiwerk

Een waarschuwing vooraf: dit gaat over breien en wiskunde. In combinatie. Het is niet anders.

Breien vind ik leuk sinds ik een jaar of vijf was. Met wiskunde leuk vinden ben ik zo’n beetje op m’n veertiende gestopt. Ik was er, al zeg ik het zelf, de eerste jaren van de middelbare school best goed in. Toen hoorde ik mensen zeggen dat meisjes en wiskunde niet bij elkaar pasten, en ergens tussen voor de zomervakantie en na de zomervakantie verloor ik op magische wijze mijn talent. Ik vermoed dat mijn brein mij had wijsgemaakt dat goed zijn in jongensvakken geen boost gaf aan je populariteit. Slecht zijn in wiskunde deed dat helaas ook niet, maar mijn brein heeft nooit de consequentie getrokken dat als het toch niet uitmaakte, het misschien handig was om wél te kunnen rekenen. Overigens heeft datzelfde brein me ervan weten te overtuigen dat het een briljant idee was om economie te gaan studeren. Ik geloof niet dat ik het sindsdien ooit nog volledig vertrouwd heb.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Zwijn van dienst

Langzaam maar zeker begint het tot me door te dringen dat mijn vermogen tot wandelen niet langer beperkt is tot het absolute minimum. Dat gaat in stapjes, merk ik, dat door laten dringen.

De eerste fase was: niet meer denken ‘jammer dan, maak ik wel pannenkoekenbeslag met water’ als ik bij de kassa ontdekte de cruciale melk vergeten te zijn. Dat was al een openbaring, dat teruglopen gewoon een optie was.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Boos. Heel boos.

Vanavond, kwart voor acht precies, werd ik gebeld door een anoniem nummer. Er zijn zekerheden in het leven: achter een anoniem nummer dat om kwart voor acht exact belt, zit mijn Moeder. Alleen de woensdag was erg a-typisch. Het kwart-voor-acht-anoniem-nummer-telefoontje vindt standaard op maandag plaats, een enkele keer, wegens feestdagen of andere verstoring op dinsdag. Maar als het op maandag al was, dan niet op woensdag.

Nu dus wel.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Zonder vriend

Zo’n beetje anderhalf jaar geleden begon lopen problematisch te worden. Misschien eigenlijk wel wat eerder, maar dat leek dan telkens een los ding – peesontstekinkje hier, verrekt spiertje daar, verzwikte enkel, dat werk. Anderhalf jaar geleden, zo’n beetje, was het mijn heup die moeilijk deed en bleef doen.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Publieke rouw

Vanmorgen piepte mijn telefoon dat Eberhard van der Laan overleden was. Ach, denk je dan – dacht ik toen -, ach, da’s toch wel heel snel na het moment dat hij het eindelijk opgaf te werken. Wat naar nu. En ik had een vaag idee dat de media de rest van de dag gevuld zouden worden met necrologieën en persoonlijke herinneringen van hoogwaardigheidsbekleders. Dat hoort er een beetje bij, als een bekend persoon overlijdt.

Read more ›

Geplaatst in maatschappij

Schuivende dimensies

Eerder schreef ik al eens, geloof ik, hoe tijd in een ziekenhuis verdwijnt – of liever, indikt en uitdijt op een manier die aan de andere kant van de drempel ondenkbaar is.

Momenteel maak ik op geheel nieuwe wijze kennis met dit wonderbaarlijke verschijnsel. Waar ik de vorige keer niet per se voor m’n plezier maar toch gepland de andere tijd binnenstapte, ben ik er nu onverhoeds en zeer ongewenst met een ferme zwaai ingekieperd.

Achteraf gezien was het wat naïef te denken wat ik dacht: ontsteking=antibioticakuur=we-missen-de-boot-naar-Schiermonnikoog-maar-er-gaat-er-morgen-weer-een. Maar ja, da’s achteraf. Het werd: ontsteking=blijven. En plof, daar zat ik in een tijdbubbel waar zeker de eerste tijd ook geen enkele lineariteit in te vinden was. Alles moest nu, of toch weer niet, en tussen het ene alles en het andere zat ziekenhuistijd. Waar, en dat was heel anders dan de vorige keer, ook niemand een vage indicatie van kon geven hoelang die duren zou. Zo werd ‘gaat vanavond nog’ toch ‘morgen eind van de middag’ en die morgen om een uur of tien opeens ‘nu’.

Licht tot mijn eigen verrassing lukte het me op dag één al om me niet druk te maken over wat wanneer zou gebeuren, ik zat in de ziekenhuistijd voor ik het wist. Ik sluit niet uit dat ik toch zieker was dan ik mezelf wilde toegeven. Wat een tikkeltje ingewikkeld bleek, was om mijn verstoorde tijd met de buitenwereld te communiceren. Voor mij was het helemaal niet vreemd om na ‘dit heeft haast’ rustig drie uur niets meer te app-en, en het duurde een tijdje tot ik begreep dat dat aan de andere kant van de telefoon een stuk minder vanzelfsprekend was.

Inmiddels lijkt wat er aan ingreep nodig was wel achter de rug te zijn. Naast de dimensie tijd is nu ook de dimensie ruimte in een ziekenhuisvariant veranderd. Ik ben in een bed geparkeerd, vastgebonden aan een infuuspaal en elke door een arts voorgeschreven noodzakelijke beweging door het ziekenhuis gaat per datzelfde bed, alsof ik stilsta en het ziekenhuis beweegt. Mijn wereld is beperkt tot ziekenhuistijd en twee vierkante meter. Het is een wonderlijke ervaring.

Geplaatst in huis en tuin

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: