Op naar De Ploeg

Ik had mijn moeder beloofd haar te assisteren bij de aankoop van een nieuwe winterjas. Moeder woont in Groningen. In Groningen is ook het Groninger Museum (duh…) waar een tentoonstelling over De Ploeg is, en omdat ik dat een aardige kunstenaarsgroep vind dacht ik die twee te kunnen combineren. Na enig aarzelen (ze ziet slecht) besloot Moeder mee te gaan naar het museum. Aangezien het museum tegenover het station is spraken we in het museum af – een afspraak op het station is ons eerder slecht bevallen, omdat we ons aan twee verschillende kanten van de fietsenstalling hadden opgesteld en maar niet begrepen waar de ander bleef.

Museum, dus.

Toen mijn trein bij Haren was stond-ie stil. Wegens, zei de conducteur door de intercom, een stroomstoring. Logischerwijs trok iedereen mobieltjes uit de tas, appen en bellen dat-ie later zou komen. Moeder heeft echter geen mobiel. Was de storing bij Zwolle opgetreden, dan had ik haar misschien nog thuis getroffen, nu was dat ondenkbaar. Ik vond het betrekkelijk bijdehand van mezelf (gecertificeerd telefoonhater) om het museum te bellen en te vragen een hoogbejaarde dame met stok die speurend om zich heen en op haar horloge keek te informeren dat ik later kwam. De aardige dame van de informatiebalie beloofde dat.

Licht aarzelend en met nu en dan weer een pauze reed mijn trein verder. Ik was zo’n beetje een half uur te laat in Groningen en spoedde me met gezwinde pas naar het museum. Geen Moeder in de hal. Geen Moeder in het aanpalende restaurant. Misschien beneden, dacht ik nog even. Museumkaart laten scannen, trap af. Geen Moeder. Trap op, op naar de dame van de informatiebalie, die gelukkig dezelfde was als de aardige dame die ik aan de telefoon had gehad. Helaas, zij had niemand gezien die aan het signalement voldeed. Ja, het kon zijn dat ze langs was geflitst terwijl zij even aan het informeren was. Leek me onwaarschijnlijk, het wandeltempo van Moeder zit niet meer in de flits-range, om het maar zo te zeggen.

Vermoedelijk trok ik een verward gezicht. De aardige dame kwam achter haar balie vandaan en vroeg de meneer die de kaartjes scande of hij zich herinnerde het afgelopen half uur een dame-met-stok te hebben zien passeren. Helaas. Mij werd aanbevolen het bij de garderobe ook nog eens te vragen.

Ook daar was Moeder niet gesignaleerd.

Een meeluisterende meneer van de bewaking greep al naar zijn portofoon – hij zou de zaalwachten informeren, zei hij. Dat kon ik nog net voorkomen – ik was Moeder niet in het museum kwijtgeraakt, per slot van rekening. En ze is niet dementerend, ze was alleen maar zoek. Grootschalige opsporing leek me wat voorbarig.

Ik ging er van uit dat ze niet in zeven sloten tegelijk zou lopen, maar vond het vooral erg vervelend dat zij op haar beurt niet wist waar ik bleef. Ik ging maar weer naar boven. En kennelijk leek ik nog altijd, of alweer, verward, want een andere beveiliger informeerde of ik de weg kwijt was. Gelukkig bracht: ‘nee, mijn moeder’ hem dan weer van z’n apropos. Ik kon het uitleggen.

Ik begon vruchteloos een plan-de-campagne te verzinnen. Wat had een logische actie van Moeder kunnen zijn, als ze na enige tijd mij niet zag arriveren? Het leek uitgesloten dat ze in het museum was, dat ze naar het station zou lopen uitermate onwaarschijnlijk. Als lopen moeilijk gaat, dan is een beetje random ergens heenlopen niet een optie, weet ik uit ervaring.

Ik was nog geen stap verder toen mijn telefoon ging – een onbekend nummer. Met een vriendelijke mevrouw die zei dat ze naast mijn moeder op het terras van het museum zat, aangenaam in de zon, maar dat Moeder zich een tikkeltje zorgen begon te maken.  Dat terras, dat was ik gepasseerd toen ik in zo gestrekt mogelijke draf naar het museum was gegaan, ik had er ook een blik op geworpen, de tafeltjes gescand, maar geen Moeder gezien.

Waarom ik haar gemist had werd snel duidelijk. Ze had zich zo geposteerd dat ze – heel verstandig – een windscherm achter zich had. Maar daardoor was ze vanaf de stationskant niet te zien, en ik had me niet opgedraaid. En zij herkent mijn rug niet.

Ze bleek daar al een tijdje te zitten, kopje koffie erbij, omdat ze wat vroeg was geweest – wat ik natuurlijk ook wel had kunnen weten, dat ze te vroeg zou zijn. En ze dacht dat de ingang van het restaurant de ingang van het museum was, dus dat ik wel zou moeten passeren. Toen ik niet opdook vroeg ze de vrouw naast zich of die mij wilde bellen – mijn telefoonnummer kent Moeder dan weer wel uit haar hoofd.

In het museum ging nog net geen gejuich op toen ik met Moeder aan de arm binnenkwam. Maar er waren wel veel medewerkers die ons aanspraken en zeiden blij te zijn dat we elkaar gevonden hadden. Meer dan de vriendelijke dame achter de balie en ik aan hadden gesproken…

Advertenties
Geplaatst in huis en tuin

Fietsperikelen

Recentelijk heb ik mijn oude stadsfiets ingeruild voor een echte. De stadfiets was er eentje van het soort dat zelfs niet gestolen wordt als je ‘m ergens parkeert zonder slot en voorzien van een bordje dat op het slotloze karakter wijst.

Nu vervoer ik mij elektrisch. Dat heeft een reden. Echtgenoot wilde na jaren weer eens een fiets, en dan wel een elektrische, wat ons twee jaar geleden op Texel duintje-op prima bevallen was. Zijn idee was ook, nu de kans dat we ooit weer samen lange-afstandswandelingen kunnen lopen, we wellicht als een goed ANWB-echtpaar van zekere leeftijd samen konden fietsen. Ik had toen meteen visioenen van Echtgenoot lekker ontspannen zijn trapondersteuning een tandje hoger zetten bij tegenwind en ik als een dolle hond achter hem aantrappend, waarna bij de afgesproken uitspanning hij al drie glazen icetea naar binnen heeft geslagen voordat ik arriveer.

En om die fiets nu alleen te gebruiken voor ommetjes vond ik ook nogal onzinnig, dus de elektrische is nu mijn daagse fiets en mijn oude fiets staat bij het station van de plaats waar ik werk.

Het is voor het eerst van mijn leven dat ik een ‘echte’ fiets heb, misschien afgezien van de exemplaren uit de tijd dat mijn ouders die voor me kochten. Dat betekent dus dat ik opeens wel moet nadenken over een beetje verantwoorde stalling, zeker als Fiets van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bij het station staat. Ik wilde dus de onbewaakte stalling voor de bewaakte inruilen en dat via de NS-site regelen.

Dat viel niet mee. Hoewel ik met mijn OV-kaartnummer ingelogd was, moest ik mijn hele doopceel opnieuw lichten. Dat vind ik redelijk suf, aangezien mijn NAW-gegevens aan dat kaartnummer gekoppeld zijn. Een site die zegt: ‘goedemiddag Ernestine’ en je vervolgens naar je voornaam vraagt zit niet helemaal tof in elkaar. Maar goed, hoe ik heet en waar ik woon zijn nou ook weer niet gegevens die ik uit de krochten van mijn administratie moet zien op te vissen, dus het bleef bij een lichte verbazing. Die groeide toen de iDeal-betaling die aan de aanvraag gekoppeld was domweg geweigerd werd en het online-advies was de aanvraag te cancellen en het nog eens te proberen. Dat cancellen bleek onmogelijk. Toen had ik wel weer even genoeg van het online regelen, en stelde ik de procedure uit tot de volgende dag.

Dat leek een wijs besluit, want de volgende dag was de aanvraag uit het systeem verdwenen en kon ik opnieuw beginnen met het invullen van de hele santenkraam. Helaas met hetzelfde resultaat.

Dan maar de klantenservice. Die wist me uit te leggen dat ik al een OV-fiets-abonnement had en stallen-op-rekening aan mijn OV-chipkaart gekoppeld had, en dat de enige manier om daar een stallen-op-abonnement van te maken was het OV-fiets-abonnement te verwijderen. Dan kon het stal-abonnement erop, en de OV-fiets-toestand per de eerste van de volgende maand ook weer. Of ik moest gewoon stallen op rekening, maar dat leek mij financieel gezien bepaald niet de best denkbare optie. Huh? Ik dacht toch niet de enige Nederlander te zijn die op het station van vertrek z’n fiets in de stalling wil zetten en op een station van aankomst met een OV-fiets verder wil, probeerde ik. Als twee kapotte grammofoonplaten herhaalden de medewerker en ik onze standpunten.

Na een tijdje bedacht hij dat hij het OV-fietsabonnement met het stallen op rekening weg kon halen, het stal-abonnement op de kaart kon zetten, en dan de OV-fiets zonder stallen op rekening met terugwerkende kracht weer aan de kaart kon koppelen.

Dus eind goed, al goed. Ik met mijn echte fiets naar de wel bewaakte maar onbemande stalling. Het is nogal een gedoe met pasje voor een kaartlezer en fiets in een bepaalde positie om de deur open te krijgen en een soortement van total workout om de fiets in het bovenste rek te plaatsen – onder past-ie niet – maar ach, je moet wat over hebben voor een veilig plekje.

De derde dag dat ik mijn fiets parkeerde hingen er mee te nemen convocaties van een actiegroep die de sluiting van de stalling wilde voorkomen. Watte? Sluiting? Had ik me er net een plaatsje veroverd, had ik net de systematiek doorgrond, ging de stalling dicht. In de convocatie was de motivatie van de NS opgenomen. De stalling voldeed niet meer aan de eisen van deze tijd en niet aan de standaarden van de NS. Nou moet ik toegeven dat ik wel eens een prettiger entree van een fietsenstalling heb gezien, eentje zonder lege bierblikjes en lachgascapsules bijvoorbeeld. Toch leek opknappen me een betere optie dan sluiten. Nog niet zo heel lang geleden was de stalling gewoon bewaakt en was er ook een inwonende fietsenmaker, wat mij en de actievoerders betreft zou die situatie wel terug mogen komen.

Het alternatief was fietskluizen. Daarvan staan er nu een stuk of zeventig, en van eentje heb ik de sleutel. Ze zijn in twee rijen geplaatst, ergens tegenover een ’s avonds verlaten kantoor. De opening van de kluizen is in de gang tussen de rijen, wat betekent dat je redelijk onzichtbaar bent, zeker als je je vooroverbuigt om je fiets te verlossen van zijn verblijf in de gevangenis. Het zal vast een kwestie van wennen zijn. Voorlopig verlang ik nog wel een beetje terug naar de tijden van het onbekommerde dumpen van de fiets in de onbewaakte stalling. Behalve dan als ik met tegenwind een heuveltje opmoet…

Geplaatst in huis en tuin

Samen is beter

Al geruime tijd verbaas ik me over de manier waarop in sociale media wordt gesproken over mensen met een migratie-achtergrond en/of een religie waar Nederland niet van oudsher mee vertrouwd is en die nu een element in het straatbeeld vormen. Het lijkt soms of Marokkanen, moslims of asielzoekers de bron van alle kwaad in Nederland zijn. Ik heb het altijd al vreemd gevonden om een groep aan te spreken op het gedrag van een enkeling en ik heb geleerd om te kijken naar wat goed gaat, niet wat fout gaat.
Read more ›

Geplaatst in maatschappij

Zinloos breiwerk

Een waarschuwing vooraf: dit gaat over breien en wiskunde. In combinatie. Het is niet anders.

Breien vind ik leuk sinds ik een jaar of vijf was. Met wiskunde leuk vinden ben ik zo’n beetje op m’n veertiende gestopt. Ik was er, al zeg ik het zelf, de eerste jaren van de middelbare school best goed in. Toen hoorde ik mensen zeggen dat meisjes en wiskunde niet bij elkaar pasten, en ergens tussen voor de zomervakantie en na de zomervakantie verloor ik op magische wijze mijn talent. Ik vermoed dat mijn brein mij had wijsgemaakt dat goed zijn in jongensvakken geen boost gaf aan je populariteit. Slecht zijn in wiskunde deed dat helaas ook niet, maar mijn brein heeft nooit de consequentie getrokken dat als het toch niet uitmaakte, het misschien handig was om wél te kunnen rekenen. Overigens heeft datzelfde brein me ervan weten te overtuigen dat het een briljant idee was om economie te gaan studeren. Ik geloof niet dat ik het sindsdien ooit nog volledig vertrouwd heb.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Zwijn van dienst

Langzaam maar zeker begint het tot me door te dringen dat mijn vermogen tot wandelen niet langer beperkt is tot het absolute minimum. Dat gaat in stapjes, merk ik, dat door laten dringen.

De eerste fase was: niet meer denken ‘jammer dan, maak ik wel pannenkoekenbeslag met water’ als ik bij de kassa ontdekte de cruciale melk vergeten te zijn. Dat was al een openbaring, dat teruglopen gewoon een optie was.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Boos. Heel boos.

Vanavond, kwart voor acht precies, werd ik gebeld door een anoniem nummer. Er zijn zekerheden in het leven: achter een anoniem nummer dat om kwart voor acht exact belt, zit mijn Moeder. Alleen de woensdag was erg a-typisch. Het kwart-voor-acht-anoniem-nummer-telefoontje vindt standaard op maandag plaats, een enkele keer, wegens feestdagen of andere verstoring op dinsdag. Maar als het op maandag al was, dan niet op woensdag.

Nu dus wel.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Zonder vriend

Zo’n beetje anderhalf jaar geleden begon lopen problematisch te worden. Misschien eigenlijk wel wat eerder, maar dat leek dan telkens een los ding – peesontstekinkje hier, verrekt spiertje daar, verzwikte enkel, dat werk. Anderhalf jaar geleden, zo’n beetje, was het mijn heup die moeilijk deed en bleef doen.

Read more ›

Geplaatst in huis en tuin

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Alle berichten
%d bloggers liken dit: